05 september 2008

Londen, of: Hoe ik Keira Knightley niet gezien heb

De NS wist me op tijd af te zetten op Schiphol, en na een veel te duur broodje zalm en een ietwat hobbelige vlucht (“home” volgens de piloot, de bemanning en voor m'n gevoel alle passagiers behalve mij) kwam ik dan eindelijk in Londen aan. Nou ja, op London Gatwick, dat met de trein nog een half uur van het centrum verwijderd is. De wandeling van Victoria Station naar het hotel bleek toch iets langer dan ik had ingeschat, maar dat was niet zo erg: het was leuk om bij aankomst direct weer iets van de stad te kunnen zien in plaats van de binnenkant van een buis. Het was intussen half twee; hoera voor check-ins die niet sluiten 's nachts.

Het hotel heette Cromwell Crown, maar ze hadden het beter Cromwell Creak kunnen noemen; dat allitereert net zo mooi. De liftdeur kraakte. De lift kraakte. De liftdeur op de derde verdieping kraakte ook. De vloer waarover ik naar mijn kamer liep kraakte. De branddeur waar ik halverwege doorheen moest kraakte zo luid dat ik bang was andere gasten wakker te maken. De deur van mijn kamer kraakte. En natuurlijk kraakte mijn bed ook. Maar het meeste gekraak werd gelukkig overstemd door het verkeer dat dag en nacht door Cromwell Street rijdt.

Gelukkig kraakte ook de toast bij het ontbijt, en dat is hoe het hoort. (De koffie smaakte helaas alsof hij al drie dagen in een krakerige koffiepot op een krakerige warmhoudplaat had gestaan. Maar de koffie zelf kraakte tenminste niet.)

En toen was het tijd om van Londen te gaan genieten. Bij mijn vorige bezoek heb ik helaas zowel het British Museum als het Science Museum moeten overslaan. Ik besloot om ditmaal naar het British Museum te gaan, omdat het Science Museum een week na het Deutsches Museum in München (aanrader!) wel wat veel van het goede zou worden.

Na het afgeven van mijn jas en tas liep ik op goed geluk vanuit de grote hal een deur in. Daar stond ik tegenover een zwart stuk steen met een hoop priegelige tekens erop. Het duurde een paar seconden totdat het kwartje viel, want in mijn hoofd was de steen van Rosetta om de een of andere reden minstens twee meter groot.



Ik zal niet elk hoekje van het museum gaan beschrijven, want het is vrij groot. Van elk hoekje van de wereld lijken er wel bijzondere dingen te staan: Egyptenaren, Grieken, Romeinen, Assyriërs, Maya's, Afrikanen, Perzen, Kelten, Chinezen, Japanners, noem maar op. Maar een paar dingen sprongen er wel uit. Zo stond ik opeens voor de mummie van Cleopatra. Ik wist niet eens dat die bestond.



Het British Museum heeft bijvoorbeeld ook een collectie friezen van het Parthenon. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van de Griekse overheid weigeren ze deze terug te geven: hoe meer verspreid het Griekse erfgoed is, luidt de redenatie, hoe meer mensen ervan kunnen genieten. Voor beide standpunten valt wel iets te zeggen.

Een van de andere pronkstukken van het museum zijn de Lewis Chessmen. Wat er precies zo bijzonder aan is werd me niet geheel duidelijk, maar ze zien er in ieder geval leuk uit. (Ze doen me bovendien sterk denken aan het introfilmpje van Age of Empires II.)



Uit Afrika waren er voornamelijk wat modernere dingen, waarschijnlijk omdat men daar niet zo veel met steen en brons heeft gedaan. Er waren bijvoorbeeld meerdere kunstvoorwerpen gemaakt uit onderdelen van afgedankt schietgerei.



Ik weet niet meer precies uit welke cultuur dit masker komt, maar het was ergens in Midden-Amerika. Het masker is gemaakt van een menselijke schedel.



En tot slot mijn eerste aanraking met Canada: dit schijnt de laatste mode te zijn.



Het was intussen een uur of drie, en het museum was nog niet helemaal op, maar ik wel. En aangezien een bezoek aan Londen niet volledig is zonder naar een musical te gaan, nam ik de ondergrondse naar de Half-Price Ticket Booth (tegenwoordig Tkts geheten) op Leicester Square. Daar leek iets te gaan gebeuren: er stonden dranghekken, er liep een rode loper en er was een klein podium neergezet. Tientallen Keira Knightley's keken me aan vanaf tientallen posters op de dranghekken: The Duchess, première 5 september. Maar er was nog niets aan het gebeuren, dus ik ben maar naar St. James's Park gelopen om even uit te puffen. Af en toe liet zowaar de zon zich even zien.

Daarna was het natuurlijk tijd voor boekwinkels. Aan het zuidelijke eind van Charing Cross Road bevinden zich een paar bedrieglijk klein ogende tweedehands boekwinkels. Van binnen blijken die een heel stelsel nauwe gangen en trappen te hebben, een beetje zoals de café's aan de Grote Markt in Groningen. Maar dan niet met tafeltjes en barkrukken, maar met boeken. Heel veel boeken voor weinig geld. De oogst:

  • Nick Hornby – High Fidelity

  • Arthur C. Clarke – 2010: Odyssey Two

  • Arthur C. Clarke – 3001: The Final Odyssey

  • Mary Shelley – Frankenstein

  • Terry Pratchett – Hogfather

  • Alice Walker – The Color Purple

  • Beowulf (vertaald naar modern Engels, uiteraard)

  • John Fowles – The Ebony Tower


Straks is het moment waarop ik dit in mijn tas moet zien te krijgen. Maar dat gaat vast lukken.

Het zou nog wel even duren tot de musical zou beginnen, en ik had honger. Bovendien was ik toch wel benieuwd wat er nou op Leicester Square zou gaan gebeuren. Dus ben ik teruggelopen, heb ik een slice typisch Engels voedsel gehaald bij de Pizza Hut en heb ik een mooi plekje uitgezocht achter de dranghekken. Er stonden intussen een paar rijen mensen opgesteld, bijna iedereen met een camera; degenen vooraan hadden bovendien een schrijfblok en een pen in de aanslag. Aan de andere kant van de hekken mocht je nu niet meer komen; daar stonden allerlei grote brede mannen in zwarte pakken met zo'n telefoonsnoer naar hun linker oor. Er begonnen ook belangrijk uitziende mensen in nette kleren binnen te druppelen, die voor zover ik kon zien een bioscoop binnenliepen.

Toen arriveerde er een auto. Er stapte een vrij jong, donkerharig meisje uit, dat handtekeningen begon uit te delen. Ik weet niet wie het was, maar misschien wordt het wel duidelijk als ik die film ga zien.

Even later arriveerde er nog een auto. Hieruit stapte een lange man met grijs haar, die ook handtekeningen begon uit te delen. De mensen die werden overgeslagen riepen luid iets dat klonk als “Ralph, Ralph!” Aangezien er op de filmposter ook de naam van een of andere Ralph stond, op dezelfde hoogte als de naam van Keira Knightley, vermoedde ik dat het wel eens om dezelfde persoon zou kunnen gaan. De cinefielen onder de lezers gaan vast boos op me worden, maar ik heb geen idee wie het nou was. Als hij in de film speelt, is zijn hoofd blijkbaar niet belangrijk genoeg voor op de poster; misschien de regisseur?

Het werd zachtjesaan tijd om te vertrekken naar Queen's Theatre, en een hoop van de toeschouwers waren ook al bezig weg te gaan. Blijkbaar zou Miss (Mrs.?) Knightley zelf vanavond niet verschijnen. Jammer, maar ik heb in ieder geval Ralph gezien!

[Update: tenzij ik me sterk vergis was het toch niet de Ralph Fiennes die in de film speelt. Geen idee wie het dan wel was…]

De vorige keer in Londen heb ik The Phantom of the Opera gezien. Ditmaal was Les Misérables aan de beurt. Ik kan niet beschrijven hoeveel indruk deze gemaakt heeft, dus ik zal het maar niet eens proberen. Dat moet iedereen maar gewoon zelf een keer gaan ervaren. Doen!

De volgende ochtend waren er nog een paar uren te overbruggen, dus ben ik nog even kort het Science Museum in geweest. Waar het Deutsches Museum zich tot doel gesteld lijkt te hebben om een zo groot mogelijke collectie te hebben, pakt het Science Museum het anders aan: er worden een paar objecten uitgelicht die illustratief zijn voor het geheel, en hier wordt dan wat dieper op ingegaan. De verzameling reken-machines was bijvoorbeeld lang zo groot niet, maar wel waren er een werkende machine die delingen uitvoerde, een rekenliniaal waar je zelf aan kon schuiven, een draaiende integratiemachine (waardoor ik nu wel snap hoe het werkt) een een machine die de economie modelleert door geld voor te stellen als water. Helaas kon je deze laatste niet in actie zien.

Toch slaagt het Science Museum erin om niet een verzameling losse voorwerpen te laten zien, maar echt een samenhangend geheel. Borden met achtergrondinformatie in beknopt, helder Engels helpen hierbij. In plaats van een losse verzameling stoommachines zijn ze bijvoorbeeld neergezet op chronologische volgorde, zodat je de ontwikkeling kunt volgen. Bij elk exemplaar wordt uitgelegd wat nou juist aan deze machine nieuw en interessant is.

Verdere interessante voorwerpen: de Difference Engine No. 2 (recent gebouwd naar een ontwerp van Charles Babbage), een bolide van Mika Hakkinen (samengesteld uit afgedankte beschadigde onderdelen, dus met vier lekke banden), de orbiter van de Apollo 10 (die om de maan gevlogen is als voorbereiding op de maanlanding met Apollo 11), de (tot 2006) rondste bol ter wereld en een kunstvoorwerp genaamd ‘Do Not Touch’ dat elektrische schokken geeft.

Het was jammer dat ik niet meer tijd had om hier rond te neuzen, maar ik zal zeker nog eens terugkomen. Maar eerst dringender zaken: op naar Canada!

Geen opmerkingen: