Zondagochtend stonden we vroeg op, want de boot naar Vancouver Island vertrok om half negen, en moesten er een uur van tevoren zijn. Net als wij waren de tolhuisjes ook nog niet helemaal opgestart.

Vanaf de boot konden we al zien dat ons vandaag niet echt stralend weer te wachten stond.


De pont bracht ons naar Nanaimo, de op een na grootste stad op Vancouver Island. Vanuit Nanaimo staken we het eiland over naar de westkust. Een fraaie route met veel hoge bomen en hier en daar een mooie rivier.


Aangezien Halloween al een dikke week achter ons lag, hadden de eilandbewoners blijkbaar een overschot aan uitgeholde pompoenen. Die hadden ze dan maar langs de weg opgesteld. Overal werd je vanaf rotsblokken, omgevallen bomen, brugrelingen of gewoon vanaf de grond aangestaard door groteske gezichten. Ook overdag en zonder kaarsjes gaf dit een surrealistisch effect. (Helaas heb ik hier geen foto's van.)
Na een tijdje rijden kwamen we aan op de plaats van bestemming: het Pacific Rim National Park. Vanaf de parkeerplaats kon je al iets horen ruisen, en achter de bomen lag dan inderdaad de Stille Oceaan! Het was behoorlijk winderig, dus de oceaan was verre van stil. Een enkele dappere golfsurfer hebben we een paar keer kopje onder zien gaan.


Vanaf het strand vertrokken we voor een korte boswandeling, die leidde naar een ander strand. De bossen op het eiland worden aangeduid als regenwoud, en we hebben geconstateerd dat dit klopt. Het is woud, en het regent er. Het verschil met de stereotypische regenwouden (tropische regenwouden) zat 'm slechts in 30 °C temperatuurverschil en het ontbreken van apen.




Na een stukje lopen kwamen we aan bij een inham, waar wat rotsen de zee in staken en zorgden voor schitterende doorkijkjes. Dat Vancouver Island een mooi eiland is stond intussen als een paal boven water.



Na nog een stukje verder lopen door het bos kwamen we aan bij een ander strandje.

De zee was hier een stuk ruiger. Met veel kabaal spoelden de omslaande golven over de rotsen heen.


Natuurlijk probeerden we zo dicht mogelijk bij het water te komen. Dat heeft sommige mensen een nat pak opgeleverd…


Nog nagenietend van deze schitterende omgeving stapten we weer de auto in om terug te rijden naar Nanaimo, waar we onderdak kregen van een heel vriendelijke vrouw van in de vijftig met een groot, mooi en af huis. Zo kan het dus ook.
De volgende ochtend was het nog steeds regenachtig. We besloten om niet de natuur in te gaan, maar Victoria te gaan bekijken. Dit is de grootste stad op Vancouver Island. Niet alleen de naam doet Engels aan; ook veel gebouwen hadden zo in Londen kunnen staan.


Ook in Victoria hebben ze een Chinatown, en dat moesten we natuurlijk even gaan bekijken.

Zoals je op deze foto's kunt zien was het weer intussen opgeklaard, dus besloten we om, voordat onze veerpont die avond zou vertrekken, nog een wandelingetje te gaan maken in het regenwoud.
Op de parkeerplaats was het flink lawaaierig. Ditmaal niet vanwege de zee, maar vanwege meeuwen. Even verderop zagen we waarom: er liep een riviertje, waar honderden zalmen traag tegen de stroom in aan het zwemmen waren om hun eieren te leggen. Vele vissen hadden het niet overleefd en lagen dood in het water of op de kant. De meeuwen deden zich tegoed aan de dode zalmen en visten bovendien hun eitjes uit het water.




Ik was heel graag nog wat langer op dit schitterende eiland gebleven. Mijn foto's doen het geen recht, en als de zon schijnt moet het helemaal adembenemend zijn. Maar helaas, de boot wachtte niet.

Na een nacht in een hostel in Vancouver stapten we de volgende ochtend de auto in voor de lange rit naar huis.
1 opmerking:
Damn, ik wil echt terug naar Canada
Een reactie posten