15 oktober 2008

Even helemaal weg

Maandag was hier Thanksgiving. Wat dat precies inhoudt afgezien van veel te veel eten, daar ben ik nog steeds niet achter kunnen komen. Wel weet ik dat het een vrije dag is, en dat sloot mooi aan op het weekend. Vandaar dat een paar internationale studenten het plan hadden opgevat om een weekendje te gaan uitwaaien in Jasper, een dorpje in de bergen. Tot dusver heb ik nog niet veel contact gehad met de internationalen, omdat ik de hele tijd in het lab opgesloten zit, maar mijn huisgenoot Robert had me meegevraagd en eigenlijk kon ik geen nee zeggen. Gelukkig maar.

We huurden twee auto's, enorme zevenpersoons Dodges, en gingen met z'n twaalven erop uit. Een gemengd gezelschap: twee Duitsers, een Zweedse Duitser, twee Colombiaanse Duitsers, een Oostenrijker, vier Fransen, een Japanse, en natuurlijk een Hollander.

De route leidde ons over de Icefields Parkway, die loopt door een aantal nationale parken. Volgens de folder is dit een van de mooiste wegen van de wereld, en dat zou best wel eens waar kunnen zijn. Klik ook zeker even al mijn Wikipedia-linkjes aan, want daar staan ook erg mooie foto's op.





Halverwege de Parkway ligt het Columbia Icefield waarnaar de weg vernoemd is. Met een soort kruising tussen een autobus en een monstertruck kun je je over deze gletsjer heen laten rijden, maar dat kost natuurlijk dure dollars. We hebben ons dus tevredengesteld met een wandelingetje naar de rand.





Onderweg kom je veel meren tegen. Vanwege het fijne gruis van de gletsjer (“rock flour”) treedt in het water hetzelfde effect op als in de lucht, waardoor het water turquoise gekleurd is.



Het mooiste plekje onderweg vond ik een waterval, waarvan de nevel was opgevroren tot prachtige ijssculpturen.





Maar de andere watervallen mochten er ook wezen. Zelfs in de ondiepe rivieren is de blauwe kleur nog steeds goed te zien.





Het plan was om rond een uur of één aan te komen, maar daarin was al deze stoptijd niet meegerekend. Toen we aankwamen bij het hostel begon het al te schemeren. De sfeer zat er goed in, en anderhalf uur later de spaghetti ook.

Niet iedereen had zin om een lang stuk te gaan wandelen, dus de volgende dag hebben we de groep in tweeën gesplitst. Ik sloot me natuurlijk aan bij de wandelgroep, en zo trok Red Car eropuit om Maligne Lake en Maligne Canyon te gaan bedwingen.

De wandeling vanaf het meer viel na al het moois van de voorgaande dag iets tegen: we klommen alleen door de bossen, en bovendien was het wat regenachtig. Maar boven de boomgrens scheen opeens het zonnetje weer en hadden we een prachtig uitzicht op de overkant van het dal.



Maligne Canyon bleek helaas wat toeristischer dan de plaatsen die we hiervoor hadden gezien: geasfalteerde voetpaden, overal hekjes, en veel Japanners. Desalniettemin wel een prachtige plek.



De volgende dag was het alweer tijd om naar huis te gaan, maar daarvoor hadden we gelukkig ook een hele dag de tijd. Dat betekende dat Red Car weer een stuk ging wandelen. Was het de vorige dag nog regenachtig met een licht briesje, ditmaal sneeuwde het en er stond een stevige wind. Maar daardoor lieten we ons niet afschrikken.



Het was nog niet donker, dus we hebben nog even een bezoek gebracht aan Peyto Lake, Lake Louise en Moraine Lake. Ter afsluiting hebben we ons in Banff tegoed gedaan aan hamburgers en pizza's.

Tot op dit moment had “Calgary” nog steeds iets buitenlands, iets nieuws. Maar na zo'n weekend buiten de deur begon het al bijna als “thuis” te klinken…

1 opmerking:

Cal zei

Ik wil terug naar Canada, op veel plaatsen ben ik ook geweest :S